Verhalenvertelster Loekie de Boer neemt haar gehoor mee naar het Simke Kloostermanhuis. Vandaar maakt de groep een korte wandeling, terwijl De Boer vertelt over Simke Kloosterman, enig kind van Jan Ritskes Kloosterman en Trijntje Jans Beintema. Ze werd gestimuleerd zich muzikaal en algemeen kunstzinnig te ontwikkelen. Simke begon al jong met schrijven en debuteerde in 1898 in het blad De Hollandsche Lelie. Ze is de schrijfster van de eerst Friese roman ”De Hoara’s fan Hastings”en van “It Jubeljier” dat de Franse bezetting tussen 1795 en 1913 in Noordoost Friesland beschrijft. Twijzel – Simke Kloostermanhûs: Tsjerkebuorren 2, wandeling, zaterdag 14 uur. € 7,50 opgeven via 0512-366883 of loekiedb@gmail.com
Tagarchief: noordoost
Illusie & Werkelijkheid – fotowedstrijd
Illusie & Werkelijkheid. Wat is waar? Klopt het beeld dat je van de wereld hebt? En kun je je waarneming eigenlijk wel vertrouwen? Rondom dit onderwerp organiseert Bibliotheek Noordoost Fryslân een fotowedstrijd. Het thema “Illusie of werkelijkheid” staat centraal in het Nederland Leest-boek van 2012: “De donkere kamer van Damokles” van W.F. Hermans. Bibliotheekleden kunnen in november dit boek gratis afhalen bij de bibliotheken. Ben je geïnspireerd door het boek of de hoofdpersoon? Maak dan een topfoto en win een jaar gratis lidmaatschap van de bibliotheek (t.w.v. € 40)! Kijk voor meer informatie op de website van de bibliotheken, bij regio Noordoost Fryslân.
Sint Petruskerk te Twijzel – Peter Karstkarel
De aan apostel Petrus gewijde kerk staat op een hoog kerkhof in het oosten van het lange streekdorp. De kerk lijkt niet oud; toch is de bijna vensterloze noordelijke muur opgetrokken van middeleeuws bouwmateriaal. Aan de westzijde is alleen de kop van een spitsboogvenster in deze muur gebroken. De driezijdige koorsluiting met twee spitsboogvensters en met lisenen op de hoeken en de zuidelijke muur met vier grote spitsboogvensters zijn in 1692 beklampt of nieuw opgetrokken van bruine baksteen. Hier staat aan de westzijde de ingang, een kortbogige poort, geflankeerd door pilasters met kapitelen met eierlijst en met een vlak fries met jaarsteentjes (1692) en een driehoekig fronton.
De romaanse toren uit het begin van de 13de eeuw gaat ongeleed op en is vrij laag versierd met een kepervormig fries dat rust op deels tufstenen consoles, waarvan enkele tot masker zijn bewerkt. De toren is in 1787 deels herbouwd en toen van een zadeldak voorzien. Onder de huidige rondbogige galmgaten zijn de sporen te zien van dichtgemetselde rondbogen van de vorige galmgaten. De vier zijden worden onder de dakvoet en geveltop bekroond door friezen, rondbogige en kepervormige. In de oostelijke zijde van de oude toren is namelijk de moet van een hoger kerkdak te zien. Inwendig wordt de kerkruimte gedekt door een houten tongewelf met trekbalken op consoles. De twee koorvensters zijn voorzien van glas-in-lood in art déco-vormen. Dat is aangebracht tijdens de vernieuwing van het interieur in 1925, waarbij het gewelf ook sierrandjes kreeg in deze stijl kreeg en de eind 18de –eeuwse preekstoel en herenbank werden verplaatst.
De preekstoel uit het einde van de 18de eeuw heeft een kuip waarvan de hoekpenanten en de panelen zijn voorzien van florale ornamenten in rococostijl in de trant van Yge Rintjes. Het rugschot heeft rijk gesneden wangstukken. De herenbank dateert uit dezelfde tijd en heeft op het rugschot een rococo-kuifstuk met blind gekapt familiewapen. Het orgel op de westelijke galerij is in 1905 gebouwd door Bakker & Timminga uit Leeuwarden.
De Keunstkrite heeft toestemming gekregen van de heer Peter Karstkarel, publicist en kenner van onder andere achitectuur om zijn artikelen over de architectuur in Twijzel op haar website te publiceren. Onderstaand artikel verscheen in het boek “Alle Middeleeuwse kerken- van Harlingen tot Wilhelmshaven”. 2007 Uitgeverij Noordboek ISBN 9789033035589 NUR 648/613.
Meer lezen over de Sint Petruskerk? Klik hier.
Stekje bij Twijzel

Niets is wat het lijkt. Haiko Meijer kijkt graag met verwondering naar de omgeving. “Als een kind dat zijn fantasie nog niet laat intomen door kennis”. Een pingo is dan een fascinerend landschapselement. “Het is net of er iemand een groot gat in de wereld heeft gemaakt”. Dat idee voerde hij door in het ontwerp van zijn stekje.
Waar kom je als je doorgraaft? In Nieuw-Zeeland. Dat deed Meijer denken aan de enorme stammen van de eeuwenoude oerbomen die in dat land uit het moeras worden gehaald. Daarmee stond voor hem vast dat het stekje uit robuust hout gemaakt moest worden. Voor het ontwerp bleef hij dichter bij huis, om ook zo de verbinding met het lokale te kunnen maken. Zijn bankje lijkt het gebint van een oude boerderij, weggezakt in de natte modder. Want dat was voor Meijer duidelijk: het stekje moest bijna in het water staan, daar waar de passant nog niet kan komen. Maar wel met laarzen aan.
Over de ontwerper
Samen met Alex van de Beld tichtte Haiko Meijer in 1994 Onix op. Kenmerkend voor dit architectenbureau is het gebruik van pure materialen. Daarnaast kijken de architecten graag over de grenzen van hun vakgebioed om te ‘jammen’met andere disciplines en voegen ze het liefst een autonome factor aan hun ontwerpen toe. “We nodigen uit om andere dingen in onze ontwerpen te lezen dan alleen wat het is: een woning, brug of bankje”.
Locatie:
Bootsma’s Poel/start Laarzenpad, De Wedze onder Twijzel. Maakt deel uit van een route langs 12 stekjes in Noordoost Friesland.
Project:
Stichting Keunstwurk Leeuwarden en Landschapsbeheer Friesland
Gedeputeerde opent ‘stekjes’ in Noordoost-Friesland
Op 12 juli j.l. opende gedeputeerde Jannewietske de Vries (Recreatie & Toerisme) het stekjesnetwerk in Noordoost-Friesland. Ze doet dit door het stekje Volle Bank Reiziger van Paul Roncken aan de Achterweg/Middelwei bij Eastermar te onthullen. Een stekje is een plek om even te rusten tijdens het wandelen, maar ook een plaats voor ontmoetingen tussen mensen onderling en tussen mens en landschap. In totaal zijn er twaalf historierijke locaties door kunstenaars voorzien van bijzondere zitjes.
De onthulling van het stekje bij Eastermar om 13.30 uur werd voorafgegaan door een rondrit langs de westelijk gelegen stekjes in Noordoost-Friesland. Het konvooi met kunstenaars, ambtenaren en betrokkenen deed na de plechtigheid de overige rustplaatsjes aan.
Er zijn stekjes bij Kollumerpomp, Zwaagwesteinde, Harkema, Wânswert, Veenwouden, Ee, Ferwert, Veenklooster, Twijzel, Eastermar, Ternaard en Tytsjerk. De laatste bevindt zich in de Overtuin van Park Vijversburg en komt van de hand van ontwerpers René Veenhuizen en Tejo Remy. Hun Soft Concrete Benches hebben wat weg van schaapjes of witte poefjes en ogen zacht, maar zijn van beton. Het bijzondere werk is niet onopgemerkt gebleven in de mondiale kunstwereld. Inmiddels is het stekje zelfs al aangekocht door het San Francisco Museum of Modern Art, waar het deel uit gaat maken van de Dutch Design Collectie.
De stekjes zijn gerealiseerd door Stichting Keunstwurk in samenwerking met Landschapsbeheer Friesland. Ze zijn mede mogelijk gemaakt door de provincie, de EU en de zes deelnemende gemeenten (Achtkarspelen, Dongeradeel, Dantumadiel, Ferwerderadiel, Kollumerland en Tytsjerksteradiel). Zo kon het project uitgroeien tot één van de weinige gerealiseerde Fryske Fiersichten, de plannen die de provincie maakte samen met de Friese bevolking voor het Friesland van 2030.

Nederlands
Frysk